31 mei 2020

Uithuisplaatsing - het eerste adres

 Voor de twee kinderen in de puberleeftijd werd vrij snel - ergens in december 2018 -  een adres gevonden: een woon-zorginstelling voor jongeren onder de 18. Ondergebracht in een enorm gebouw, door de manier van bouwen (gasbetonblokken) helaas niet erg gezellig. Lange gangen met slaapkamers, oude toiletten en douches, en gelukkig wel een grote, lichte, gezellige woonkamer. Dat wisten we allemaal nog niet tijdens het eerste gesprek.

Dat kennismaken alleen al was een hele organisatie, net als alle afspraken waarvoor ineens oppas nodig was. We waren eigenlijk niet zo gewend om oppas te regelen, we deden het altijd gewoon zelf. Gelukkig hadden we een al wat oudere overbuurvrouw op wie de kinderen dol waren en die een klein beetje de functie van oma had (onze kinderen hebben al 7 jaar geen oma meer). Deze vrouw heeft vele malen voor de jongste jongens gezorgd als we een afspraak hadden - wie er op dat moment van ons tweeën ook thuis was en oppas nodig had. 

Als ik terugdenk aan die dag, voel ik weer de inwendige chaos die er toen heerste. De pijn, de vastberadenheid, de wens dat anderen zouden zien wie hier de schuld aan had (oei.....). Een van de begeleiders van deze instelling vertelde me onlangs hoe zij het kennismakingsgesprek had ervaren. Zij zag twee ouders die allebei oprecht van hun kinderen hielden, en de beste oplossing wilden. In het gesprek konden we allebei zeggen wat we belangrijk vonden, we konden vertellen over deze twee jongens, wat het voor jongens waren, wat er bijzonder aan hen was, wat we dachten dat ze nodig hadden. 

Over de datum van verhuizing werd gepraat. Ik voelde een enorme weerstand. De kerstvakantie kwam eraan, en ik had me er heel erg op verheugd om de dagen dat ik thuis was, super gezellig te maken. We zaten nog steeds in het vrijwillig kader, zoals dat zo mooi maar heel misleidend heet. Vrijwillig kader betekent dat je vrijwillig mag besluiten om in te stemmen. Doe je dat niet, dan kom je in een gedwongen kader waar buiten jouw gezag om dingen worden geregeld. 

En dus verhuisden de twee pubers, kort na elkaar, naar de instelling. Ze wisten ook wel dat er nu geen andere oplossing was, maar o wat een stap.... Hen was verteld dat er één verzorgend echtpaar was, en alleen een paar meisjes die tot één ander gezin behoorden. Dit bleek niet zo te zijn. Vooral het feit dat er een steeds wisselend team van hulpverleners was, kwam hard aan. En ook waren er nog meer jongeren, met totaal andere gewoonten en ideeën over wat normaal was in taalgebruik, muziekkeuze, muziekvolume en tijd waarop het stil moet zijn. 

Gelukkig mochten ze in de kerstvakantie gedeeltelijk thuis logeren en een kerstdiner meemaken. Ik heb aan die dag een geweldige herinnering. Alle kinderen waren er, ook de oudsten die al uit huis waren. Het diner was feestelijk, we genoten echt van elkaar, en ik maakte een groepsfoto van mijn negen kinderen, waarvan ik later een vergroting kon meegeven als ze allemaal een andere kant uit zouden gaan. 

30 mei 2020

De uithuisplaatsing - richten op de oplossing

 Gisteren schreef ik dat ik me direct na het adviesgesprek ben gaan richten op de toekomst. Achteraf kijk ik daar toch met licht respect op terug. Denkend aan de inzichten die ik heb opgedaan over de situatie accepteren zoals die is, met de dingen waar je zelf niks aan kunt veranderen, en vandaaruit werken naar een oplossing, denk ik dat ik dat instinctief al deed. Misschien is dat moederinstinct?

Want ik wilde geenszins dat mijn kinderen blijvend uit huis zouden zijn. Omdat onderlinge gesprekken tussen Marco en mij voorlopig niet mogelijk waren (dat is nu nog steeds zo), heb ik advies gevraagd hoe met het ouderschapsplan om te gaan. Op internet kun je voorbeeldplannen downloaden, zodat je een beetje weet wat er zo ongeveer in moet komen te staan. Ik bedacht twee versies: in de ene versie hadden we allebei als ouders een gelijkwaardige rol, op woonplekken die we nog zouden moeten regelen, maar met een evenredige verdeling van de zorg voor de kinderen. De andere versie maakte ik voor het geval dat het onderlinge contact niet mogelijk was. Sowieso was het nuttig om gewoon mijn gedachten hierover te laten gaan. Om te bedenken wat ik zou moeten of kunnen regelen. Om me te richten op de toekomst. En dat allemaal nog terwijl de kinderen nog thuis waren.

Een andere voorwaarde was het psychologisch onderzoek. Hiervoor heb ik me aangemeld bij De Waag en kwam ik op de wachtlijst te staan.
En de derde voorwaarde was woonruimte. Dat was een heel lastige. Wat wel heel erg fijn was, is dat de hulpverleenster die we vanuit de gemeente hadden, navraag heeft gedaan bij iemand van de urgentiecommissie. Die had haar gezegd, met redenen, dat ze geneigd zouden zijn om ons beiden urgentie te verlenen voor een sociale huurwoning. Dit mailde ze ons met het dringende advies om ons aan te melden voor een huurwoning en urgentie te gaan vragen.
Dit bleek een hele kluif te zijn. De gemeente werkt met het zogenaamde Vierde Huis wat urgentie betreft, en het was voor mij niet mogelijk om mijn complexe situatie aan iemand persoonlijk uit te leggen. Als je urgentie aanvraagt, moet je allerlei financiële gegevens meesturen, en ik beschikte niet over deze gegevens. En het was voor mij ook niet mogelijk om daaraan te komen. Dus ik stelde een lange brief op met de uitleg van de hele situatie, en heb die gevoegd bij de aanmelding. Dat bleek het begin te zijn van een langdurig slepend proces, waarbij steeds weer bericht kwam dat de commissie nog meer gegevens nodig had, waarin ik soms wel en soms niet kon voorzien, en dan mailde ik weer terug.
Ik denk (nu) dat dit alles heel goed is geweest voor mij, hoe frustrerend het ook was. Ik had iets om handen, een heel concreet doel om voor te gaan, en daaraan gekoppeld een enorme uitdaging om dat doel te bereiken. 

Morgen maken we kennis met de eerste woonplek.

29 mei 2020

Uithuisplaatsing - bonustijd

 Er begon een soort bonusperiode, waarin we aan het afwachten waren op de dingen die zouden komen. Allereerst meldden we de beslissing (of eigenlijk was het nog een advies van de Raad, maar de rechter zou dit wel honereren) van de uithuisplaatsing aan de betrokken hulpverleners. De gezinstherapeut die ons gezin vrij goed kende en heel wat escalaties zelf had bijgewoond, was verbaasd. Dit had hij niet verwacht. Het nieuws moest door iedereen even verwerkt worden...

Het betrokken team van mensen die om ons heen stonden, ging aan de slag om passende plekken te zoeken voor de jongens. Het sociaal team van de gemeente heeft zich uitermate betrokken getoond. Zorgvuldig werden de mogelijkheden afgewogen, en ook voor de zoons die al boven de 18 waren, werd moeite gedaan om een plek te vinden. Dit lukte voor de een wel, omdat hij een diagnose heeft binnen het autistisch spectrum (komt in dit geval toch wel heel mooi uit), voor de ander niet, maar dat was niet zo heel erg, want deze zoon had plannen om binnen afzienbare tijd voor een jaar naar het buitenland te gaan. 

En zo verstreken de weken. Op zich was ik het er wel mee eens dat deze beslissing was genomen. Ik voelde zelf ook wel dat het zo niet langer kon. Het huis zou binnenkort verkocht worden en ik had nog geen flauw idee hoe ik zelf aan woonruimte zou kunnen komen. Ik had eenvoudigweg niet de mogelijkheid om met de kinderen samen te verhuizen, zoals ik andere gescheiden moeders had zien doen. Dus ik moest me er wel bij neerleggen.

Wel ben ik vanaf dag één (de bewuste dag in november) begonnen om te werken aan de voorwaarden die de Raad had gesteld waaraan moet worden voldaan om de kinderen weer terug te krijgen. Hierover volgende keer meer.

28 mei 2020

De uithuisplaatsing - zo begon het

 Het is eind november 2018. Ons hele gezin is uitgenodigd voor een bespreking bij Samen Veilig, waar we het advies van de onderzoekers van de Raad voor de Kinderbescherming zullen horen. Natuurlijk is iedereen gespannen en daarom zijn de kinderen wat lacherig. Niet iedereen is er, maar de meeste thuiswonende kinderen wel, en ook oudste broer is gekomen. 

De periode hieraan voorafgaand was een roerige. Wij als ouders waren al een hele tijd niet tegelijkertijd thuis bij de kinderen, maar dat bracht niet voldoende rust. De spanning bleef als een dikke zware deken over het huis liggen, en de kinderen hadden hier last van. Dat hadden de onderzoekers goed gezien. Ze kenden ook de financiële situatie, met alle (on)mogelijkheden van dien. Toch kwam het advies nog hard aan. 

Op rustige toon, in taal die de kinderen begrepen, legden de dames uit dat ze tot de conclusie waren gekomen dat de beste optie was om alle kinderen tijdelijk uit huis te plaatsen, bij pleeggezinnen, zodat wij als ouders de tijd zouden krijgen om te regelen wat nodig was om te zorgen voor een goede, stabiele en veilige definitieve situatie. Ze legden uit dat ze echt de tijd gingen nemen om goede plekken te zoeken voor iedereen, dat het niet nodig was om op stel en sprong weg te gaan. En dat de omgang met papa en mama gewoon kon blijven gebeuren, naar behoefte, en ook weekends en vakanties bijvoorbeeld.

Wij als ouders kregen hier nog extra uitleg over. De kinderen waren hier niet bij, die vermaakten zich prima in de wachtkamer met de daar aanwezige automaat waar ze chocolademelk uit konden tappen. Dit gesprek vond ik zelf erg prettig. Sowieso heb ik van de onderzoeksters van de Raad een heel professionele indruk gehad tijdens het hele voorafgaande traject. Ze toonden zich zeer betrokken bij ons allebei. Ze vroegen ons of we beiden bereid waren om een psychologisch onderzoek te ondergaan, en dat waren we. Daaruit hoopten ze meer duidelijkheid te krijgen. Het was ook nodig dat we zouden zorgen voor een goede woonplek, en voor een ouderschapsplan waarin we alles zouden vastleggen hoe we de dingen voor de kinderen zouden regelen. 

En daarmee was de bespreking alweer uitgelopen. Het gebouw moest op slot dus wij moesten eruit. De jongens gingen met Marco weer op de fiets naar huis, want het was zijn halve week thuis, en ik reed als verdoofd naar mijn logeerplek, waar ik de tijd had om alles een beetje te laten bezinken.

26 mei 2020

Eigen kracht

 Ik ben opgevoed met een wat minder positieve houding naar de term "eigen kracht", heel begrijpelijk voor een degelijke christelijke opvoeding. Vandaar dat ik nogal raar stond te kijken toen de voogd voorstelde om een "eigen kracht conferentie" te houden. Ik moest echt flink aan het idee wennen voordat ik me realiseerde dat "in eigen kracht" toch een andere gevoelswaarde heeft dan "op eigen kracht". Voel je hem ook zo?

Afijn, in elk geval lag het voorstel er. Op internet las ik wat meer over deze mogelijkheid en ik dacht: waarom ook niet? Alles wat helpt, helpt. En ik gaf aan dat ik dit wel wilde.

Wat houdt dit in? Met een eigen kracht conferentie krijg je extra steun in de rug om een belangrijk doel te bereiken. Het wordt vanuit de overheid gefinancierd met behulp van o.a. vrijwilligers die het geheel organiseren. Je kiest zelf mensen in je eigen netwerk uit om je te helpen om je doel te bereiken, en hierbij krijg je extra hulp om het allemaal te realiseren.

Aan de ene kant vond ik dit allemaal volstrekt onnodig. Als ik achterom kijk, zie ik dat ik in mijn eentje al heel veel voor elkaar heb gekregen in korte tijd, en ik zag het eerlijk gezegd ook wel zitten om de rest óók in mijn eentje te doen. Maar het is natuurlijk ook wel heel fijn om mensen om je heen te hebben die je willen helpen, en die ook echt wel wat kunnen toevoegen.

Dus ging ik op zoek binnen mijn netwerk, en vond mensen bereid om hieraan mee te werken. Een heel divers gezelschap: buren, familie en mensen vanuit de kerk. Binnenkort gaan we elkaar ontmoeten - op 1,5 meter afstand maar wel in dezelfde ruimte, want een online meeting voelt toch wat ongemakkelijker.

Inmiddels zie ik er heel erg naar uit om juist wel anderen te betrekken bij mijn leven. Mijn doel is - uiteraard - om de jongens te kunnen geven wat ze nodig hebben, op elk denkbaar vlak. Dat ik daarbij anderen kan inschakelen, om me te helpen om de situatie op bepaalde onderdelen in de gaten te houden, of om te kunnen sparren over dingen die gebeuren, voelt als een enorme rijkdom. Dat dit ook nog eens voor mij georganiseerd wordt, inclusief het informatie geven aan al die verschillende personen, het regelen van een ruimte en het prikken van een datum, voelt als een grote luxe. 

Eigenlijk dekt de vlag van "eigen kracht" de lading dus niet eens echt. Het heeft meer de gevoelswaarde van "samen sterk" of zo. In elk geval kijk ik hier heel erg naar uit!

22 mei 2020

Misverstand

 Dat misverstanden gemakkelijk ontstaan, hoef ik niet uit te leggen. Maar hoe gemakkelijk, besefte ik onlangs pas goed toen ik dit op Instagram tegenkwam (de link verwijst naar het Engelse origineel):

Tussen
wat ik denk
wat ik wil zeggen
wat ik eigenlijk zeg
wat ik denk gezegd te hebben
wat jij wilt horen
wat jij hoort
wat jij denkt te begrijpen
wat je wilt begrijpen
wat je eigenlijk begrijpt
liggen 8 mogelijkheden voor misverstanden

En dat geldt voor elke gedachte, elk gesproken woord, óók voor lichaamstaal. Is het niet duizelingwekkend om te bedenken? Het is nog een wonder dat er überhaupt begrip bestaat tussen mensen...

De laatste dagen heb ik hier veel over nagedacht. En ik kom er alweer op uit hoe belangrijk het is om in verbinding te zijn met je kern, en met de kern van de ander. Bij echte onderlinge verbinding is geen plek voor interpretaties die een eigen leven gaan leiden.

Wat is het leven mooi he!


15 mei 2020

Kernkwadranten


 Tijdens mijn coachingstraject zijn we een keer aan de slag gegaan met kernkwadranten. Een heel leuke manier om jezelf (en anderen!) beter te leren kennen. Hierboven een schematische voorstelling van zo'n kernkwadrant, wat nog niet is ingevuld. Alleen de titels of "kleur" van de vakken staan erin. Je kunt op elk punt beginnen van het kwadrant, bijvoorbeeld bij een eigenschap die je irriteert. Omdat dit je nou eenmaal het eerst zou kunnen opvallen.


Ik vind het leuker om te beginnen met een kernkwaliteit, een kracht van jezelf, die vul je dan in links boven. Een van mijn eigen kernkwaliteiten is spontaniteit, dus dat staat in het ingevulde schema in mijn coachingsschrift.
Nu komt het leuke gedeelte. Als je namelijk je kracht of je kwaliteit te ver doordrukt, dan wordt het te veel van het goede en is het voor niemand meer leuk. Dat noem je dan je valkuil. De valkuil die voor mij bij spontaniteit hoort, is ondoordacht zijn. Dat dit ook echt mijn valkuil is, weet ik, omdat er wel eens over mij gezegd is dat ik sommige dingen niet goed doordenk. Kijk, en als anderen dat vinden, dan hebben ze daar vast wel een reden voor. En dan is het ook wel zo handig als je daar zelf ook op let.

De uitdaging, in het vak rechts onder, bestaat uit het positief tegenovergestelde van de valkuil. Dat zou bij ondoordacht kunnen zijn: weloverwogen. De diagonale pijl tussen het eerste vak en dit derde vak geeft aan dat dit een mooie aanvulling is op de kernkwaliteit.

In het vierde vak tenslotte wordt je allergie genoemd die bij dit setje eigenschappen hoort. Dan gaat het om een eigenschap waar jij je bij anderen aan kunt irriteren. Als je zelf heel spontaan bent, kun je je bijvoorbeeld irriteren aan mensen die juist heel afwachtend zijn. Dit heb ik bij mezelf dus ingevuld.
Het mooie is dat juist als je je irriteert aan andermans gedrag, dit komt doordat de ander is doorgeschoten in een van zijn eigen kernkwaliteiten (daarom is het irritant geworden). Wat is daar nou zo mooi aan? Nou, die kernkwaliteit van de ander is nou net jouw eigen uitdaging, het punt waar jouw ontwikkelingsmogelijkheden liggen.

In het genoemde voorbeeld zou ik me, als spontaan persoon, dus kunnen ergeren aan mensen die dralen. Kijk ik verder dan mijn neus lang is, dan besef ik dat die mensen mij iets te leren hebben, namelijk om iets meer weloverwogen te werk te gaan, zodat ik niet doorschiet in mijn spontaniteit en ondoordacht handel. Snap je?

Een ander kernkwadrant dat ik in mijn schrift heb staan komt vanuit een andere hoek. Ik had moeite met iemand die zich met mij bemoeide. Dat vul ik dan in het vak linksonder in bij allergie. Vervolgens bedenk ik waar die bemoeizucht vandaan zou kunnen komen. Waarin is deze persoon doorgeschoten? In dit geval was het zorgzaamheid - dit was dus mijn eigen uitdaging, en mijn ontwikkelpunt. In de bovenste twee vakken staan dan de twee tegenhangers hiervan. Links boven heb ik ingevuld: zelfstandig (autonoom). Ik beslis namelijk graag zelf. De valkuil die daarbij hoort, en waarin je valt als je té zelfstandig bent, is dat je geen rekening houdt met de ander. Wat inderdaad het omgekeerde is van de zorgzaamheid die rechtsonder staat.

Ik vind het bijna een spel om hierin van alles in te vullen. Goed voor je zelfkennis, en voor mensenkennis in het algemeen. Als je je sterke punten kent, weet je gelijk je valkuilen. En je ontwikkelpunten. Een enorm mooie tool om "in balans" te komen!

14 mei 2020

Son-Rise - om stil van te worden

 Korte blogjes doen geen recht aan de diepgang van het boek Son-Rise. Het boek is er echt eentje om zelf te lezen, niet te vlug maar met genoeg tijd om alles te laten inzinken. Het is het verhaal van wat Marshall Rosenberg met zijn geweldloze communicatie leert - in de praktijk van mensen in de moeilijkst denkbare omstandigheden met hun kind met autisme of een andere diagnose. Het is een boek waarin wonderen worden uitgelegd, waarom ze gebeuren, waarom een kind dat totaal onbereikbaar is, of ontzettend gewelddadig, na verloop van tijd een volkomen normaal - of eigenlijk zelfs boven normaal - functionerend mens is. En over Marshall Rosenberg gesproken - heb ik geschreven dat hij als psychotherapeut is begonnen maar er later achter kwam hoe schadelijk het is om mensen diagnoses te geven, en dat hij alles wat hij geleerd heeft overboord heeft gegooid en de mens achter het gedrag is gaan zien? En dat hij beschrijft hoe hij een patiënte die diep depressief was in anderhalve dag helemaal gezond zag worden? Iets dergelijks zien we ook in dit boek, waar achteraan interviews zijn opgenomen met ouders van andere kinderen, die hun eigen unieke wonderbaarlijke verhaal hebben.

Waarom is deze methode dan toch niet overal allang bekend en wordt het niet op grote schaal toegepast? Daar kom je achter als je het boek leest, en dit heeft meerdere oorzaken. Je hebt het grote leger experts waarvan de meesten hun werk echt wel met passie doen, maar die toch niet openstaan voor de mogelijkheid dat ze het misschien niet bij het rechte eind hebben. De macht van deze manier van denken: 'het kind is autistisch DUS het zal nooit ....' lijkt oneindig groot.
Aan de andere kant lees ik van de ouders in dit boek hun enorme toewijding en tijdsinvestering in hun kind, en in de vrijwilligers die samen met hen met dat kind werken. Sommigen zegden hun baan op om hun kind te kunnen begeleiden. De kinderen werden van school gehaald. Als je ziet welke resultaten daaruit kwamen, begrijp je dat het de moeite waard is geweest. Maar ik begrijp óók dat vele ouders dit niet zouden zien zitten, en zich neerleggen bij de situatie zoals die nu eenmaal is.

Raun groeide dus op in de omgeving van zijn eigen gezin, met aansluitende extra vrijwilligers, zonder kennis te maken met de harde buitenwereld totdat hij naar een echte school ging. Hoe mooi dit is, wordt duidelijk uit het volgende stuk, dat ik vertaal uit het boek, waar Raun vijf jaar oud is:

Raun maakte kennis met zijn klasgenoten. Hij deed vrolijk met ze mee. In feite gaf hij zelfs de indruk meer extravert en betrokken te zijn dan de meeste van zijn klasgenoten. Aan het einde van de dag, toen we weg zouden gaan, kwam er een jongen naar Raun toerennen die hem vroeg om de Magic Marker die Raun in zijn hand had. Voordat Raun kon antwoorden, stompte het andere kind hem in zijn gezicht, griste de marker weg en rende ermee weg. Raun keek verbijsterd. Hij was nog nooit eerder geslagen. Hij huilde niet. Hij wreef alleen over zijn wang en staarde naar het jongetje, dat nu door zijn moeder werd bestraft. Uiteindelijk sloeg de moeder haar kind omdat hij Raun had geslagen. Misschien zag zij het verband niet tussen haar eigen geweld en dat van haar zoon.
Samahria en ik knielden neer om naar Raun te kijken. We wisten hoe belangrijk onze reactie naar hem zou zijn. Als wij deze gebeurtenis zouden beschouwen als beangstigend of erg, zouden we hem daarmee een visie aanreiken die angst of verdriet zou inhouden. In plaats daarvan vroegen we hem hoe hij zich voelde. 'Lieverd, gaat het met je?' vroeg Samahria. Raun knikte. 'Wil je dat ik je help om je wang te wrijven?' vroeg ik. We zagen de afdruk van de knokkels van de jongen op zijn rood geworden huid. Raun legde mijn hand op zijn wang, en ik masseerde die zachtjes. De leraar kwam naar ons toe om zich te verontschuldigen voor het incident. 
In de auto vroeg Raun waarom de jongen hem had geslagen. We vertelden hem dat we dit niet zeker wisten, hoewel we het zouden kunnen raden. Als hij het echt wilde weten, dan zou hij het aan de jongen zelf moeten vragen. 
'Raun', zei Samahria, 'mensen, ook kinderen, worden soms ongelukkig, en zij uiten dat op heel verschillende manieren. Soms worden ze verdrietig. Soms worden ze bang. Soms worden ze boos, en soms doen ze elkaar dan pijn en slaan ze elkaar'. 
'Soms', voegde ik eraan toe, 'worden ze verdrietig, bang en boos tegelijk. Als dat gebeurt, raken ze in de war. Ik denk dat dit gebeurt als mensen elkaar slaan'.
'Was de jongen die mij sloeg in de war?' vroeg Raun.
'Ik weet zeker dat hij dat ergens, binnen in hem, was', opperde Samahria.
'Waarom zei zijn moeder dat hij stout was?' vroeg hij aan ons.
'Iemand stout noemen', zei ik, 'is de manier van mensen om te zeggen wat ze niet willen. Bijvoorbeeld: 'stoute jongen' betekent eigenlijk 'doe dat niet nog een keer'. Ik pauzeerde even en glimlachte naar deze lieve oude ziel. 'Hé Raun, hoe voel jij je over geslagen worden?'
Hij keek me bedachtzaam aan, haalde diep adem, en zuchtte. 'Het doet pijn'. 
'Ik weet het. Hij sloeg je best hard'.
'Ik vond het niet leuk, papa. En ik wil zeker niet dat hij het nog een keer doet'.
'Ik wil ook niet dat hij het nog een keer doet', verzekerde ik hem. 'Hoe denk je nu over dit jongetje?'
Raun glimlachte. 'O, we hebben samen lekker geschommeld. Ik vind hem echt leuk'.
Geen wrok. Geen wrevel. Niemand had Raun geleerd om een afkeer of haat tegen een tegenstander te hebben...

Ik vind dit zó mooi om te lezen! En het schudt aan wat mij geleerd is over het kwaad dat in alle mensen aanwezig is. Hoe komt het dat we dit denken? Hebben we het er dan misschien  eerst zelf in gestopt? 

13 mei 2020

Son-Rise, het ultieme coachingsverhaal

 Raun was nog erg jong toen zijn ouders beseften dat hij anders was dan andere kinderen. Ze namen hem mee naar dokters en onderzoekers en kregen overal te horen dat hij zijn leven lang onbereikbaar voor hen zou blijven. Hij zou in een instelling moeten wonen vanaf jonge leeftijd. 

Zoals zoveel ouders, weigerden Barry en Samahria om zich hierbij neer te leggen. Ze hadden toch geleerd dat de dingen alleen maar gebeuren omdat je het zelf gelooft? Ze gingen naar de man die hen dit had geleerd, maar zelfs hij zei dat ze hun kind met rust moesten laten. Als Raun (hun zoon) bij hen kon of wilde komen, zou hij dat uit zichzelf doen. Loslaten. Maar dit voelde op een of andere manier niet goed voor de ouders. Ze dachten dat Raun niet capabel was om te beslissen of hij hun wereld zou willen betreden, en ze wilden op wat voor manier dan ook hem helpen.

Wat volgt is het schitterende verhaal van een ultiem coachingsproces. Barry en Samahria besloten om over de brug te gaan, tot op het punt waar hun zoontje zich bevond, hem 100% te accepteren en lief te hebben zoals hij was, op geen enkel punt hem af te keuren of te wensen dat hij anders was, en op hetzelfde moment hem ook piepkleine stapjes helpen zetten in zijn ontwikkeling. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het werkte. 

Een belangrijk deel van de methode die zij hebben ontwikkeld, bestaat uit het meedoen van het gedrag van het kind. Als Raun zat te wiebelen, dan gingen zij naast hem zitten en ook wiebelen. Flapperde hij met zijn vingers voor zijn gezicht, dan deden zij dat ook. Het duurde weken voordat er ook maar één teken kwam dat Raun hen überhaupt had opgemerkt. En dat terwijl vooral Samahria elke dag uren en uren met hem zat. In de badkamer, waar zo min mogelijk prikkels waren. 

Mooi om te lezen is hoe de ouders er stukje bij beetje achter kwamen wat het kleinst mogelijke stapje was dat Raun kon zetten, bijvoorbeeld om contact te maken met anderen. Oogcontact. De dingen die ze probeerden, die wel of niet werkten. De hulp van anderen die ze gingen inzetten, om Raun onafgebroken te kunnen helpen. De tranen bij vrijwilligers, omdat ze verwachtingen hadden van hun inzet, dat ze resultaat wilden zien, en Raun dat aanvoelde en zich afkeerde. De volharding in de onvoorwaardelijke liefde. 

Het mooie is dat je door het boek heen ziet dat het kind, in dit geval Raun, zelf de drang heeft om te leren, de drang tot contact. Wat de ouders deden, was de ideale omgeving scheppen waarin Raun zulke stapjes kon zetten. In mijn eigen coachingsopleiding heb ik geleerd dat de klant de expert is. Dat zie je in dit boek heel mooi terug. Hij kiest. Zodra hij het idee heeft dat er aan hem getrokken wordt, dat er van hem verlangd wordt, sluit hij zich weer op in zichzelf. 

De ouders gingen een eenzame weg, vol overtuiging, maar er was helemaal niemand die hen daarin kon steunen. Simpel gezegd waren ze zelf de pioniers die iets deden wat niet eerder was gedaan. Want Raun is uiteindelijk het leven gaan leven in al zijn volheid. Bleek hoogbegaafd te zijn, en zeer sociaal. 

Dit verhaal is het bewijs dat alles mogelijk is, als je er maar in gelooft. 

Ik heb erg naar dit boek uitgezien, omdat ik wist dat het mij kon helpen. En dat doet het. De boodschap van acceptatie klinkt helder door. De uitstraling naar mijn kinderen: je bent goed zoals je bent. Ik wil jouw wereld leren kennen. En puur doordat ik dat doe, bij jou zijn, maak ik in jou iets los. De wens om je te ontwikkelen als persoon. Die kans zit erin, maar is niet de reden dat ik bij jou wil zijn. Want ik wil gewoon bij je zijn omdat ik van je hou zoals je bent.

Sjonge zeg, wat een geweldig mooi inzicht. En ook weer zo simpel. Ik ben hiermee gaan werken met mijn kinderen, en hoe gebrekkig het nog is, toch zie ik al dat er een ontwikkeling op gang komt. 

Morgen zal ik nog wat mooie dingen uit het boek vertellen.

12 mei 2020

Son-Rise - de achtergrond

 


Het boek is uit en ik ben er helemaal stil van. Of toch niet, want ik ga proberen te vertellen wat ik zo bijzonder vind. Vandaag iets over de achtergrond van het boek. Barry Kaufman is de vader van het jongetje over wie het boek gaat. In het boek geeft hij een kijkje in zijn leven. Ik vond het geweldig om te lezen omdat het zoveel herkenning gaf. Barry en zijn vrouw Samahria hebben samen een diepgaande persoonlijke ontwikkeling doorgemaakt nog voordat ze hun zoon Raun kregen. Het zijn ook lezers en zoekers, net als ik. Ze kwamen er ook achter dat hoe wij zijn bepaald wordt door onze (onbewuste) overtuigingen, en dat we daar wat mee kunnen. Ze ontdekten deze levenshouding: "to love is to be happy with", wat hen op een ongelooflijk ontspannen en open manier in het leven deed staan, totaal anders dan voorheen. 

Een stukje uit het boek, vrij vertaald door mij:
Wij hebben de macht om onze gezichtspunten te kiezen, en daardoor ook de emotionele ervaringen (onze levenservaringen die daaruit voortkomen). Dit simpele krachtige inzicht opent de deur naar een compleet nieuwe manier om het leven te omarmen. Geluk is een keuze. We hoeven niet meer langs de kant te wachten tot de ervaringen die we graag willen ons overkomen. Wij kunnen zelf onze 'state of mind' creëren, we hoeven alleen maar nieuwe keuzes te maken. Voor het eerst in mijn leven zag ik dat je oude aannames ter discussie kunt stellen, zoals 'ik kies mijn gevoelens niet zelf, ze gebeuren gewoon', 'ik ben een slachtoffer van wat er in het verleden is gebeurd', en 'ik kan er niets aan doen, ik ben gewoon zo'. Je kunt iemands persoonlijkheid beschouwen als een samenstelling van aannames. Tussen elke gebeurtenis (echt of in je fantasie) en de reactie daarop (vechten, vluchten, vrees, blijdschap of neutrale kalmte) ligt een aanname. Deze aanname geeft voeding aan onze gevoelens, aan wat we willen en ons gedrag. Verander de aanname, de overtuiging, en zowel de gevoelens als ons gedrag verandert.

Ik vind het elke keer weer geweldig om weer op een heel nieuwe manier toch weer hetzelfde te lezen als wat ik elders heb ontdekt. Barry Kaufman hoort voor mij echt in het rijtje thuis van Byron Katie, Marshall Rosenberg, en ook de coach bij wie ik mijn eigen traject heb gevolgd. 

Barry en Samahria hadden zich deze manier van denken eigen gemaakt en hadden een gelukkig gezin samen met hun twee dochters. En toen kregen ze de grootste uitdaging die ik me kan indenken: een zoontje dat zich volledig terugtrok in zijn eigen wereldje.

Hierover morgen meer.

06 mei 2020

Onvoorwaardelijk ouderschap

Het zat er dik in dat ik dit boek zou kopen. De lastig te lezen Engelse dikke pil over straffen en belonen (punished by rewards) heb ik vervangen door deze Nederlandse vertaling van zijn andere boek Unconditional parenting. Dit leest gelukkig veel makkelijker, al heb ik er alsnog veel tijd voor uitgetrokken om dingen te laten bezinken.


Het boek staat inmiddels vol met onderstrepingen van mijn kant, dat maakt het vrij eenvoudig om nu wat door te geven wat voor mij belangrijk is in dit boek:

Alfie nodigt ons uit om even pas op de plaats te maken, en helemaal bij het begin te beginnen en bedenken wat we eigenlijk met onze kinderen willen. Wat zijn onze doelen voor de lange termijn? Willen we mensen van ze maken die gehoorzaam alles doen wat hen wordt opgedragen en niet moeilijk doen, of willen we dat ze opgroeien tot verantwoordelijke mensen, die keuzes kunnen maken die zowel voor henzelf als voor hun omgeving uitwerken wat ze willen?

De boodschap die wij onze kinderen geven, komt voor het grootste deel uit wat wij ze voorleven. We zouden kunnen denken dat als we een preek houden over welk onderwerp dan ook, dat we ze daarmee hebben ingeprent wat belangrijk is, maar véél belangrijker is wat we zelf doen. En dat kan wel eens een heel andere boodschap zijn.

Kohn neemt ruim de tijd om de negatieve gevolgen van voorwaardelijk ouderschap uit te leggen. Wat het doet met een kind als het apart wordt gezet (zonder dat het dit zelf wil). Wat je eigenlijk uitwerkt bij je kind als je beloningen geeft voor goed gedrag (je traint daarmee je kind om de motivatie te halen uit de beloning, terwijl je veel liever zou willen dat je kind motivatie haalt uit het effect van het goede gedrag op zichzelf en op anderen).
Hij schrijft over dwingend ouderschap. Controle willen hebben. Wat voort zou kunnen komen juist uit de angst om te toegeeflijk te zijn...

Over het geven van straffen is Kohn uiteraard duidelijk. De les die kinderen uit een pak slaag kunnen halen, is dat "je je zin kunt krijgen bij mensen die zwakker zijn dan jij, door ze pijn te doen". Ik vond het pijnlijk om te lezen wat hij schrijft over het geven van waarschuwingen vooraf, waardoor kinderen 'hadden kunnen weten dat hun gedrag bestraft zou worden', omdat ik deze methode zelf ook heb toegepast en dat nog liefdevol vond ook. Natuurlijk is het nóg slechter als er onvoorspelbaarheid zit in je straffen, of onduidelijkheid.
Uit het boek De vijf talen van de liefde voor kinderen, waar ik altijd zeer opgetogen over ben geweest, heb ik geleerd hoe je straf (of een consequentie) kunt geven in liefde. Dit was zeker een stap in de goede richting, maar Alfie Kohn heeft mij overtuigd dat er nog meer stappen de goede richting op zijn. En als je die stappen weet, dan zie je ook ineens hoe schadelijk de andere 'goede/betere' methode was. Dat soort regels ('als jij x doet, gebeurt er y met jou') brengen een boodschap van wantrouwen over: 'ik denk niet dat jij het juiste zal doen zolang je niet bang bent voor straf. Dat maakt dat kinderen denken dat ze gehoorzamen omwille van extrinsieke redenen, en benadrukt hun machteloosheid'.

En zo gaat het maar door. Hoofdstuk na hoofdstuk. En ik herken mijzelf  op pijnlijke wijze in wat hij schrijft, óók (of misschien wel vooral) als ik terugdenk aan mijn eigen opvoeding.

DUS. Wat dan wel?
Hoe lastig ik het ook vond om hier te komen, hoe logisch is het nu voor mij geworden, om te snappen hoe dan wel. Eigenlijk word je als ouder een soort coach voor je kind. Je erkent zijn eigen autonomie, en je helpt hem stap voor stap, op zijn eigen niveau, te beseffen wat zijn keuzes voor gevolgen hebben. Voor hemzelf en voor zijn omgeving.
Stop met het zoeken naar manieren om je kind te laten doen wat jij wilt. Dat werkt namelijk niet. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je onverschillig wordt voor je kind en nooit meer ingrijpt. Gedrag wat echt niet kan laten gaan, dat is óók niet de bedoeling. De manier waaróp je ingrijpt, dat is waar het om gaat. Zonder veroordeling voor het kind ('jij bent stout als je slaat'), maar met begrip voor het gevoel van het kind. Het kind slaat namelijk niet voor niks. Als je dat gevoel valideert, dan kun je daarna samen met het kind kijken hoe het ook kan. En zo heeft het kind een enorm waardevolle les geleerd.

Zo opvoeden vraagt om een hoge mate van persoonlijke ontwikkeling. Je moet het eerst zelf begrijpen voordat je het kunt overbrengen. Veel ouders zouden hier een stuk ontwikkeling kunnen of moeten inhalen. Maar is dat niet juist fijn? Levert dat geen dubbele, of zelfs veelvoudige winst op? Voor jouzelf, voor je kind, én voor alle anderen in je omgeving?

05 mei 2020

Het vervolg op de coronamaatregel

 Vorige week schreef ik dat ik de pleegzorginstelling had gemaild wat ik vond van hun beleid. Daarbij noemde ik ook wat André Rouvoet had gezegd, dat ouders niet de maatregelen moeten aangrijpen om het kind fysiek contact met de andere ouder te ontzeggen.


Ik kreeg vrij vlot een uiterst vriendelijk antwoord van de begeleider, waarin werd uitgelegd dat het iets anders is als je kinderen uit kwade wil het contact met de ouder ontzegt, dan wanneer je dat doet omdat je je aan de voorschriften van de overheid wilt houden.

Hoewel ik helemaal begrijp waar deze houding vandaan komt, komt het me nu des te absurder voor. Het doet me denken aan de time-out die aan kinderen wordt gegeven - ga jij maar even op de trap zitten - en waarvan Alfie Kohn uitlegt in zijn boek 'Onvoorwaardelijk ouderschap' dat je hiermee het kind eigenlijk je liefde ontzegt. Wat niemand wil uiteraard! Natuurlijk begrijp ik dat er veel mensen zijn, ook professionals, die nog wel geloven in deze manier van voorwaardelijkheid, uit volkomen oprechte overtuigingen.

Hoe volkomen oprecht, bleek uit de mail die ik na de wandeling met mijn zoon kreeg, waarin gevraagd werd hoe het was verlopen. Ik vond dit bijzonder attent, vooral omdat deze pleegzorgwerker er niet in de eerste plaats voor mij is, maar om het pleegouderstel te begeleiden.

Al met al ben ik gek genoeg dankbaar voor wat er gebeurt. Voor de inzichten die ik opdoe, en dat ik zonder oordeel kan kijken naar mensen die het anders doen. Uiteraard speelt het vooruitzicht dat ik binnen afzienbare tijd deze zoon weer helemaal zelf mag opvoeden, daarbij een grote rol...!

02 mei 2020

Het komt goed

 Mijn blogjes lenen zich kennelijk niet zo makkelijk voor reacties. Dat kan ik helemaal begrijpen, er zijn ook blogs die ik zelf lees en waar ik elke keer terugkom omdat ik het zo boeiend vind om te volgen, maar waar ik ook lang niet altijd een reactie achterlaat.


Des te fijner vind ik het om toch af en toe een reactie te krijgen die mij een hart onder de riem steekt. Zo verzekerde een bloglezeres mij na het blogje over de coronamaatregelen dat het goed komt. (Dat was niet zozeer wat mij zo goed deed, maar wel dat zij schreef hoe herkenbaar mijn ontwikkeling voor haar is - daar word ik echt ontzettend dankbaar van!)

Nou, dat het goed komt, dat klopt. Ik had er al eerder over willen schrijven, maar aangezien ik nog middenin alle ontwikkelingen zit, is het niet zo makkelijk om te weten wat ik precies wel en wat (nog) niet kan schrijven.

Lange tijd heb ik uitsluitend te maken gehad met hulpverleners en verzorgers die er voor mijn kinderen waren. De Kinderbescherming is ervoor om te zorgen dat kinderen op een veilige plek wonen. De voogd handelt op gezag van de Kinderbescherming, en heeft de focus daar dus ook op. Mijn hele traject dat achter mij ligt, mijn persoonlijke ontwikkeling, is buiten de voogd omgegaan. Natuurlijk heb ik mijn innerlijk ook altijd met de voogd gedeeld, zo kon zij (en haar opvolgster ook) mijn groei volgen. Dat wilde echter niet zeggen dat zij kon besluiten om de kinderen bij mij terug te plaatsen, want daarvoor is nodig dat er door professionals naar mij wordt gekeken in hoe ik met de kinderen omga.

De tijd dat deze professionals nog niet in zicht waren, was eigenlijk best lastig. Hoewel ik van de begeleiders bij de instelling waar mijn pubers woonden, veel positieve feedback kreeg, en hen ook als klankbord kon gebruiken voor mijn andere kinderen, had ik ook met twee compleet verschillende instellingen te maken die voor mijn jongste kinderen de zorg hadden gekregen. Met alle bijkomende lastigheidjes erbij. Het voelde vaak alsof ze mijn kind tegen mij moesten beschermen. Dat ik het niet goed deed, en met argumenten die mij heel krom voorkwamen. Over het ene kind kwam kritiek op mij over dingen die het andere pleegouderpaar bij mijn andere kind nog veel "erger" deed dan ik. In het begin werd ik hierdoor ook echt heen en weer geslingerd, totdat bij mij het kwartje viel en ik veel zekerder ben geworden over mijn gedrag, óók als daar kitiek op kwam.

Een paar weken geleden is zeer intensief contact begonnen met een van de nieuwe professionals, die werkt voor een van de instellingen en die het terug-naar-huis-traject van een van de kinderen begeleidt. Het was de bedoeling dat zij ons samen zou komen observeren, maar door de maatregelen rondom corona is het gebleven bij telefoongesprekken. Toch heeft dit al heel erg veel opgeleverd. Zij was de eerste die zich interesseerde in mij als persoon, de metamorfose die zich heeft voltrokken, en alles daaromheen. Zij is ook christen, dus gelukkig klonk het haar bijvoorbeeld niet zo vreemd in de oren dat ik leef in vertrouwen.

En deze week is óók de begeleiding gestart vanuit Eleos. Hier heb ik echt heel erg naar uitgezien, want deze instelling is er voor ons als geheel, en niet voor één kind apart. Ze zijn er voor mij, en ze zijn er voor de kinderen. Dat het Eleos is geworden, heb ik te danken aan de gezinsvoogd. Het ligt haar óók op het hart dat dit zo snel mogelijk van de grond komt, en zij heeft een rondje gemaakt langs meerdere instellingen toen bleek dat het maatschappelijk werk van IJsselstein zelf nog een te lange wachtlijst had. Ik denk dat het juist de bedoeling was. Eleos is een christelijke organisatie, en de twee dames die aan ons zijn toegewezen, hebben dezelfde klik met mij als de professional uit de vorige alinea. We hebben een buitengewoon prettige telefonische intake van 2 uur gehad, en ik ben zeer benieuwd naar hoe het verder gaat!

Nu heb ik echt het gevoel dat we in de volgende fase zijn aangekomen, en begin ik me mentaal voor te bereiden op een heel nieuwe dag- en weekindeling hier in de flat.

PS Ik kan me voorstellen dat mensen vragen hebben over de rol van de vader van deze kinderen. In mijn blogs is hij de grote afwezige, dat is vooral omdat ik denk dat hij het niet leuk vindt als ik over hem schrijf.
Deze keer maak ik een uitzondering, al is het in een PS. Op dit moment speelt hij helemaal geen rol in ons leven. Hij is er nog niet klaar voor om in contact te komen met mij, en ook heeft hij zich teruggetrokken uit het leven van de kinderen. Ik weet dat hij heel veel van hen allemaal houdt (en voor wie het vatten kan: en in principe eigenlijk óók van mij) maar ik denk dat hij niet weet hoe hij dat vorm kan geven. Ik hoop van harte voor hem en voor ons allemaal dat hij zijn weg hierin zal vinden.

Mijn website

 Zou ik tussen al het schrijven door nog vergeten dat er ook nog een blog was... Mijn blog staat niet meer op nummer één als ik aan schrijve...